Een ogenblik geduld a.u.b.

'Benchmark PO&VO vult een lacune'

door Rinnie Oey
Na de presentatie van de eerste Benchmark PO&VO op 19 november tijdens de ALV van de PO-Raad ging Harry van de Kant als één van de eersten aan de slag met de benchmark.

Als schoolbestuurder van Panta Rhei, een middelgroot schoolbestuur in het primair onderwijs van – binnenkort – 17 scholen en zo’n 5.000 leerlingen, was hij vanaf het begin van de ontwikkeling van de benchmark, benieuwd: “De Benchmark PO&VO vult een lacune: je hebt nu de mogelijkheid om je schoolbestuur te vergelijken met vergelijkbare schoolbesturen.”

Doorkijk naar komende jaren

Die behoefte om te kunnen vergelijken met vergelijkbare schoolbesturen is precies één van de belangrijkste redenen om de Benchmark PO&VO te ontwikkelen. De benchmark geeft snel, sectorbreed zicht op een aantal domeinen, ervaart Harry van de Kant. Hij gaat verder: “Daarnaast waardeer ik de uitgebreidheid van zowel de diverse thema-onderdelen als de vele vergelijkingsmogelijkheden. Verder is de informatie duidelijk, zoals de overzichtelijke lijst van schoolbesturen en kun je gemakkelijk contact leggen met de mensen achter de schermen. Wat ik met name waardeer is de doorkijkmogelijkheid naar komende jaren, waardoor je niet alleen achteruit kijkt, maar ook vooruit.”

Toelichtingen schrijven

Met al een lange carrière in het primair onderwijs achter de rug, is Van de Kant sinds 2015 voorzitter van het College van Bestuur van Panta Rhei. De mogelijkheid om toelichtingen te schrijven bij de data, vindt hij een noodzakelijke voorwaarde voor het welslagen van de benchmark. “Zo doen wij de komende drie jaren forse investeringen in het onderwijs. Daardoor zullen onze financiële reserves negatief uitvallen. Zonder een toelichting kan een buitenstaander denken dat we op een zeker faillissement afstevenen en dat zou dus een onjuist beeld geven.” Het heeft hem overigens weinig tijd en moeite gekost om toelichtingen te schrijven. Wel geeft hij aan dat de functionaliteit om die toelichtingen eventueel aan te passen, nog voor verbetering vatbaar is: “Die mag wel toegankelijker zijn.”

Harry van de Kant (r) in bespreking met een medewerkerMiddel

Voor nu ziet Harry van de Kant de meerwaarde van de benchmark in de mogelijkheid om te vergelijken: hoe doen we het ten opzichte van vergelijkbare besturen? En: hoe doen we het ten opzichte van de sector? In het verlengde daarvan volgt wat hem betreft het leren van elkaar, benchlearning, met als centrale vraag: wat kan beter? Zo kent Panta Rhei lage verzuimcijfers (3,3 procent): “Stel dat een vergelijkbaar schoolbestuur een nog lager verzuimcijfer laat zien, van bijvoorbeeld 2 procent. Dan ben ik benieuwd hoe mijn collega-bestuurder dat heeft kunnen bereiken en wat wij ervan kunnen leren. Niet als doel maar als middel om het werkklimaat nog beter te maken.”

Transparant

Of de Benchmark PO&VO ook kan helpen om het goede gesprek te voeren, met name tussen schoolbesturen onderling, mag wat hem betreft eerst veel meer schoolbesturen transparant zijn over hun (financiële) gegevens. “Van de bijna duizend schoolbesturen in het primair onderwijs stellen er bijvoorbeeld maar bar weinig hun meerjarenbegroting beschikbaar op de website. Pas als we als sector transparant zijn over onze gegevens, kunnen we dat gesprek aan,” besluit Harry van de Kant.